KunstenaarsCentrumBergen – Jubileumeditie

‘Textiel is in het dagelijks leven overal om ons heen. Het is een materiaal dicht bij de mens. Vanaf de geboorte worden we al in textiel gewikkeld. We slapen ertussen, we was­sen en kleden ons er mee. Textiel wordt bewerkt al naar gelang het gebruik; van fijne, koele katoen tot dikke, zware wol. Van zijde tot super-synthetisch ma­teriaal. Deze verschijnings­vormen en eigenschappen zijn beginpunten van mijn werk.

Als textielkunstenaar maak ik overwegend ruimtelijk werk. Het interesseert mij om van een slappe lap, of reep stof een zelfstandig object te maken. Dit vooral zonder steunmiddelen. Van lange stroken wegwerptextiel maakte ik grote en kleine cirkels. Het ritme van rijgen en aansnoeren geeft de vorm. Hierna volgden meer geregen ruimtelijke objecten eerst in linnen, later in wegwerp­textiel. Het nieuw leven geven aan (afgedankt) materiaal en bedenken van constructies zijn de pijlers van mijn werk.

Sinds 2015 ben ik lid van het K.C.B. Het aanbod voor deelname aan tentoonstel­lingen spreekt mij aan. Het biedt mogelijkheden voor een ander uitgangs­punt dan ik gewoonlijk zou nemen. Zo werkte ik voor de tentoonstelling over het gedachtegoed van Constant Een dier, een nacht, een schreeuw, een mens. Zijn werk kende ik wel in beeld, maar minder in woord. Dit heeft mij tijdens het werk aan The Growing Dome nieuwe inzichten gegeven in Constant ’s werk, maar ook in mijn eigen werk en bestaan. Het beschermd onder een koepel (dome) blijven zitten levert weinig nieuwe inzichten op. Juist er onderuit komen geeft een ruimer perspectief. Dit werk maakte ik in perka­ment, voor mij een interes­sant materiaal. ‘Art-sister’ Marianne Duif maakte mij hierop attent.

Voor de textieltentoonstel­ling Nauw Verweven was de culturele uitwisseling tussen ‘Oost en West’ uitgangspunt. Vanaf de 16e eeuw werden sitsen stof­fen door de V.O.C. per schip vanuit India naar Nederland gebracht en toegepast in de streekdrachten van o.a. Marken en Hindeloopen. Voor mijn installatie Keer­zijde heb ik mij afgevraagd waarom er alleen spece­rijen, stoffen e.d. meegeno­men werden uit India en er geen verdere uitwisseling plaatsvond. Hierbij denk ik bv. aan de Ayurvedische geneeskunde( 5000jaar oud), nu in het westen ook bekend. Deze gedachte heb ik in het werk terug laten komen door de bovenzijde (West, het bekende) direct te tonen en de onderzijde (Oost, het onbekende) pas als men er voor staat.

De geschiedenis wordt door de overwinnaars geschre­ven. Er is geschreven en gewist, vanuit verschillende invalshoeken. Hierdoor maakte ik het werk van poetslap/wegwerptextiel. De poetslap verwijdert de drukinkt, zodat de volgende drukgang weer schoon kan beginnen. Zo zie ik het ook met geschiedenis. Zelf voegde ik donkerblauwe inkt toe. Hierdoor kreeg het werk iets mysterieus. De ‘artist-talk’ tijdens deze tentoonstelling was een mooie gelegenheid mijn mede-exposanten te ont­moeten en voor mij een waardevolle aanvulling op de tentoonstelling.

Met Annelies Horden vorm ik een kunstenaarsduo. Voor de tentoonstelling Kunst = een veelkoppige draak plaatsten we de installatie Vervlogen Leven in en om de vide. Vijf fragmenten van paar­denvormen in perkament uitgevoerd. De fragiele om­hulsels zijn de herinnering aan een vervlogen leven en tegelijkertijd een belofte voor nieuw leven. Kwets­baarheid en veerkracht op het scherpst van de snede. De huid lijkt soms door­schijnend; je ziet de litte­kens en ook waar de aderen gelopen hebben. Wij benut­ten de eigenschappen van het materiaal en voegden in het werkproces insnoerin­gen en uitsparingen toe om de werken naar onze hand te zetten.

Sinds 2011 werken we re­gelmatig samen, eerst werd het bestaande werk ver­enigd, sinds 2014 worden ook gezamenlijke projecten gedaan zoals nu getoond.’

Gerda Schimmel

Uit publicatie: KunstenaarsCentrumBergen – Jubileumeditie – apr/mei 2017